Als er iets is waar Dordrecht haar unieke karakter aan dankt, dan is het wel het feit dat het een eiland is. Altijd is de stad omringd geweest door water en tot ver in de 19e eeuw kon je ook alleen per boot de stad bereiken.

Ieder schip op weg naar Duitsland, België of naar zee kwam hier voorbij. Onder andere dankzij deze strategische ligging groeide Dordrecht In de late middeleeuwen uit tot machtigste stad van Holland. Een écht eiland werden we pas na de Sint-Elisabethsvloed van 1421. De overstroming luidde het einde van de Dordtse Gouden Eeuw in, want schippers konden vanaf toen het beruchte Dordtse stapelrecht letterlijk en figuurlijk gemakkelijk omzeilen. Pas rond 1600 werd begonnen met de inpoldering van verloren land en kreeg het eiland langzaamaan zijn huidige vorm.

En die bruggen en tunnels die ons eiland met de andere oevers verbinden liggen daar nog helemaal niet zo lang, hoor. Het begon met de aanleg van het station in 1872 en de twee bijbehorende spoorbruggen naar Brabant en Zwijndrecht. Voor auto’s duurde het nog wat langer: de Moerdijkbrug had in 1936 de primeur, gevolgd door de Papendrechtse of Merwedebrug in 1967. Zowel de Kil- als de Drechttunnel werden in 1977 geopend.

Vandaag de dag trotseren we nog altijd keer op keer via een van deze bouwwerken of een goede oude veerpont de woelige baren om aan de andere kant of juist weer terug te komen. Maar het liefst zijn we natuurlijk gewoon hier, op ons eigen mooie eiland.