De Blauwbilgorgel, we hebben er allemaal wel eens van gehoord. Maar wat is het nou eigenlijk precies? In ‘zijn’ gedicht vertelt hij het je zelf. Hoewel…

“Ik ben de blauwbilgorgel,

Mijn vader was een porgel,

Mijn moeder was een porulan,

Daar komen vreemde kind’ren van.

Raban! Raban! Raban!”

Zoals je merkt, is de Blauwbilgorgel vooral een erg mysterieus wezen, in 1942 ontsproten aan de geest van de beroemde Dordtse dichter Kees Buddingh’. Het vier strofen tellende gedicht vertelt precies wat de Blauwbilgorgel is en hoe het eruitziet, maar doordat Buddingh’ veel fantasiewoorden gebruikt, blijft hij volkomen raadselachtig; je kunt er volledig je eigen fantasie in kwijt. In de jaren daarna kropen er nog bijna tachtig andere wezens uit Buddingh’s pen, waaronder de Bozbezbozzel, de Zwalm, de Jenk en de Popokatepee. Met zijn ‘Gorgelrijmen’ brak Buddingh’ door bij jong en oud.

Maar wist je ook dat hij, behalve proza en poëzie, samen met de Dordtse tekenaar Otto Dicke een dagelijkse strip maakte voor een viertal Zuid-Hollandse dagbladen? In totaal verschenen er tussen 1955 en 1965 tweeëndertig ‘Avonturen van Spekkie en Blekkie’. Slechts één daarvan werd in boekvorm uitgebracht. Ter gelegenheid van het 100ste geboortejaar van beide Dordtenaren haalde Buddingh’-biograaf Wim Huijser in 2018 nog een avontuur uit de archieven: ‘Spekkie en Blekkie en het pindakaasmysterie’. Dit stripboek is een feest der herkenning voor Dordtenaren want het wemelt van de Dordtse elementen. Zoek je mee?