Volgend jaar viert de Biesbosch haar 600ste verjaardag. Maar het ontstaan van dit unieke natuurgebied was alles behalve een feestje

In 1421 veranderde de Sint-Elisabethsvloed onder andere de Groote of Zuidhollandsche Waard plotsklaps in een grote binnenzee, waarbij zestien dorpen door het water werden opgeslokt. Het nieuwe, door rampspoed ontstane gebied vol kreken en riet dat in de decennia daarna ontstond, kreeg de naam Biesbosch (bos van biezen).

Sindsdien is dit het domein van Europa’s grootste knaagdier: de bever. Althans dat was het tot 1826, toen de laatste Nederlandse bever een klap op zijn kop kreeg van een visser die het dier voor een otter aanzag en overleed. Ruim honderdvijftig jaar moest Nederland het zonder bevers stellen. Tot op 25 oktober 1988, onder toeziend oog van de nationale pers en Prins Bernhard, de twee Duitse bevers Makker en Moek het water van Nationaal Park De Biesbosch in plonsden. Deze herintroductie van de bever maakte Dordrecht de onofficiële beverhoofdstad van Nederland. En de bevermissie werd een succes, want inmiddels leven er weer ruim driehonderd bevers in de Biesbosch.

Wist je ook dat de bever één van de vijf dieren van de Nederlandse Big Five is? Die kun je hier dus gewoon al wandelend, kanoënd of varend spotten! En wie weet stuit je dan ook nog wel op een collega-Big Five’er, want de ree kom je hier op het eiland ook met regelmaat tegen. Dus laarzen aan en op Biesbosch-safari!