“Hèje da nou ok nie, daje nie ken wachtuh tot Kersmis? Sô gezallig hé, sôn leuk boompie mèh van die lichies erin.“ Iedere Dordtenaar kan wel een plat Dordtse zin uit de mond laten rollen.

Er is dan ook niet heel veel voor nodig: laat verkleinwoorden eindigen op -ie in plaats van -je, maak van de korte ‘e’ een korte ‘a’ en sluit je zin af met het stopwoordje ‘hé?’ en je hebt de perfecte Dordtse zin al te pakken: ‘Wàtun leuk kattinkie, hé?’.

Hoewel het Dordtse dialect bij het (Zuid)-Hollands hoort, heeft het vanouds veel trekken van het Zeeuws en het Brabants.

Maar hoe zit het met het taalgebruik van Dordtenaren van nu? Dat wilde de Dordtse Bibliotheek AanZet onderzoeken met de zoektocht naar dé Dordtse tegelwijsheid. Via de website kon iedereen een spreuk inzenden. Een korte quote, want het moest op een tegeltje passen – geen Delfts Blauwe, maar een ‘Dordtse Rooje’.

Uit de ruim 500 inzendingen werden er zeven gekozen, die nu vereeuwigd zijn op zeven tegels op het Achterom. De winnende tekst, ‘Zoek de herder in je eigen schapenkop’, staat op een extra grote tegel.